Beschermingsfactor tegen hiv ontdekt

Afbeeldingsresultaat voor hivOnderzoekers van het AMC hebben een eiwit ontdekt dat hiv-besmetting kan tegenhouden. Op termijn kan dit leiden tot een nieuwe aanpak van hiv. Ze deden onderzoek in cellen die als eerste in aanraking komen met hiv, bij zowel hetero- als homoseksueel contact. Het is bekend dat deze zogenoemde Langerhanscellen (een type huidcel) verhinderen dat het virus het lichaam binnendringt, maar hoe deze cellen dat doen, was nog niet bekend.

Het AMC-onderzoek heeft geleid naar de ontdekking van een bepaald eiwit in deze cellen dat hiv als het ware door de biologische versnipperaar haalt. De vondst is dermate opzienbarend dat de vinding onlangs is  gepubliceerd in het topblad Nature. Het mechanisme kan verklaren waarom sommige mensen meer of juist minder vatbaar zijn voor hiv: door genetische verschillen in mensen is het eiwit niet altijd in staat het virus te vernietigen.

Het proces waarmee de cel hiv versnippert, heet autofagie, juist het onderwerp van de Nobelprijs voor Geneeskunde dit jaar. Dit proces ruimt onnodige celonderdelen op, de AMC-onderzoekers laten nu zien dat het autofagie-proces ook effectief is tegen hiv.

Volgens onderzoekers dr Carla Ribeiro en prof. Theo Geijtenbeek is dit een puur wetenschappelijke doorbraak, die op den duur kan leiden tot een behandeling waardoor ook andere cellen hiv kunnen vernietigen. Het eiwit zit namelijk in alle cellen van het lichaam, maar alleen in de Langerhanscellen is het effectief tegen hiv. De onderzoekers beschrijven in het artikel dat ze al in staat zijn om dit proces in andere cellen aan te zetten waardoor deze niet meer vatbaar zijn voor hiv.

De onderzoekers stellen dat meer onderzoek nodig is om dergelijke therapieën te ontwikkelen. De nieuwe kennis kan niet alleen preventief worden ingezet maar ook om hiv te vernietigen als het lichaam eenmaal besmet is.

€20 miljoen voor UMC Utrecht voor big data-onderzoek naar hart- en vaatziekten

Meer dan 30 miljoen mensen in Europa lijden aan hart- en vaatziekten. Ondanks grote vooruitgang in de behandeling hiervan, blijven de gevolgen voor de patiënt nog steeds erg groot. Om hier meer onderzoek naar te doen, ontving het Hart- en vaatcentrum van het UMC Utrecht samen met andere instellingen een subsidie van € 20 miljoen van het Europese Innovative Medicines Initiative.

Het onderzoek, dat BigData@Heart heet, gaat vanuit meerdere invalshoeken data verzamelen om betere behandelingen op maat te ontwikkelen. Data wordt nu verkregen uit onderzoeken waarbij vooraf aan patiënten is gevraagd of zij mee willen doen aan een studie. Daarmee wordt data gemist van patiënten die niet meedoen aan een studie, omdat ze bijvoorbeeld erg ziek zijn. BigData@Heart gaat data verkregen uit de dagelijkse zorg geanonimiseerd of na toestemming samenvoegen met data uit studies, zodat er een realistischer beeld ontstaat.

Daarnaast willen de onderzoekers meer persoonsgerichte zorg ontwikkelen door per patiënt te kijken naar de oorzaak van de hart- of vaatziekte. Hierdoor kunnen artsen beter bepalen welk type aandoening de patiënt heeft en op basis hiervan de beste behandeling kiezen. Tenslotte willen de onderzoekers door middel van activiteitenmeters (‘wearables’) meer informatie over leefstijl en gezondheid van patiënten krijgen om die vervolgens ook te kunnen verbeteren.

Rick Grobbee, hoogleraar klinische epidemiologie en Folkert Asselbergs, hoogleraar cardiovasculaire genetica, zijn erg blij met de subsidie: “Bigdata@Heart brengt de sterkste onderzoeksgroepen in Europa bij elkaar en beschikt over een enorme hoeveelheid nieuwe informatie en kennis over het gebruik en de analyse van big data.”

BigData@Heart staat onder leiding van het UMC Utrecht en is een samenwerking met de Europese vereniging van Cardiologen, Europese patiëntenorganisaties, universiteiten uit Berlijn, Londen, Cambridge, Valencia, Stockholm, Hamburg, Birmingham en Uppsala en diverse bedrijven.

Kennis van consument over gezond eten kan beter

De meningen van consumenten en diëtisten over wat wel en niet gezond is, lopen hier en daar nogal uiteen. Dit blijkt uit de resultaten van een recent onderzoek van Ruigrok NetPanel en de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD).

Over veel producten zijn consumenten en diëtisten het gelukkig wel eens, natuurlijk zijn verse groenten, volkorenbrood en havermout gezond. En energiedranken, friet en frisdrank kun je maar beter laten staan.
Over sommige voedingsmiddelen twijfelen Nederlanders, een sinaasappel is natuurlijk gezond, maar hoe zit het dan met vers geperste sinaasappelsap?

Liever geen cruesli en kokosvet…
Nederlanders vinden honing, cruesli, kokosvet, mueslirepen en versgeperste jus d’orange gezonder dan diëtisten. Cruesli en mueslirepen profiteren van een gezond klinkende naam, maar beide bevatten veel suiker. Net als honing. Kokosvet of -olie wordt door veel voedingsgoeroes aangeprezen, maar bevat veel verzadigd vet, en is daardoor een minder verstandige keuze dan olijfolie. En vers geperste jus d’orange wordt waarschijnlijk door veel consumenten als fruit gezien, terwijl het minder vezels bevat dan een sinaasappel.

….maar vaker pindakaas, hummus en margarine!
Pindakaas, koffie, hummus en margarine verdienen een positiever imago bij de consument. Diëtisten vinden deze producten gezonder dan consumenten. Pindakaas (bij voorkeur van 100% pinda’s) en margarine zijn vet- en energierijk, maar leveren allebei goede onverzadigde vetten. Margarine is daarnaast een belangrijke bron van vitamine A en D. Filterkoffie zonder suiker past ook in een gezond eetpatroon. Vanwege de cafeïne geldt een maximum van vier kopjes per dag.
Hummus is gemaakt van kikkererwten en olijfolie; calorierijk maar ook een bron van goede onverzadigde vetten. De samenstelling van hummus uit de supermarkt kan nogal verschillen, soms worden andere oliën gebruikt of veel zout toegevoegd. Een zelfgemaakte versie verdient daarom de voorkeur.

Voedingsmiddel of voedingspatroon?
In de voedingsvoorlichting gaat het om het totale voedingspatroon, dat moet gezond zijn. En daar mogen best wat ongezonde uitschieters tussen zitten, mits voldoende gecompenseerd met gezonde producten uit de Schijf van Vijf. Maar een voedingspatroon bestaat nu eenmaal uit voedingsmiddelen, dus is het van belang dat consumenten producten correct ‘labelen’ als gezond of ongezond. Over het algemeen kunnen consumenten dat prima, bij sommige producten valt nog wel wat winst te behalen. Goede voedingsinformatie van een betrouwbare bron kan daarbij helpen, bijvoorbeeld het Voedingscentrum, of de diëtist.